Er kunnen beestjes in zitten

Het is een warme zomeravond aan de rand van een Portugees dorpje. We zitten met een paar vrienden op een terras. Ik heb een krop biologische sla op schoot. De tafel staat boordevol met glazen wijn en petiscos (kleine gerechten) en ik weet zo snel niet waar ik die zojuist gekregen sla moet neerleggen. “Wel goed wassen, want er kunnen beestjes in zitten”, zegt de gulle gever. Hij gooit er ook nog een emmer radijsjes bij en vertelt dat alles uit zijn eigen tuin komt. Ik veeg wat zand van mijn schoot. 

Terwijl ik iets langs mijn been voel kriebelen, komen er twee onbekenden aan die hier ook met vrienden hebben afgesproken. Nadat ze kort hallo hebben gezegd, vragen ze of we van perziken houden. Dit seizoen hebben ze er meer van hun bomen kunnen plukken dan ze zelf op kunnen eten. Ze kieperen zo´n vijftien perfect gebutste perziken uit de tas die ze straks aan hun vrienden geven. Ik leg ze bij de sla en de radijsjes. Er komt nog een tros tomaten achteraan.

Ik schaam me een beetje met de overvloedige en nog altijd groeiende groente- en fruitafdeling op mijn schoot. Wel alles aannemen, maar zelf niets geven. Dit is hoe veel mensen hier op het platteland aan hun groenten en fruit komen. Ze verbouwen het zelf en ruilen of delen uit wat ze over hebben. Wij hebben (nog) geen moestuin. Wanneer wij bij mensen langsgaan, komen we als rare snijbonen aan met een fles wijn en gaan we terug naar huis met zaadjes en kleine boompjes. 

De volgende ochtend zwaait de buurman naar me, wanneer ik met de honden begin aan een wandeling. Hij wenkt me om zijn kant op te komen. Door de wind heen hoor ik dat hij “couve -flor?” (bloemkool) roept. Eigenlijk wil ik beleefd weigeren (hoe moeten we al dat eten op krijgen?), maar de buurvrouw blijkt al klaar te staan met een schaar als ik bij hun huis aankom. Voor ik het weet is ze enthousiast koriander, peterselie en munt voor me aan het verzamelen. Ik bedank hen voor al het lekkers en dan klim ik linea recta de heuvel weer op naar huis. De honden teleurgesteld, maar ik met mijn armen vol met de grote bloemkool met enorme bladeren en bosjes kruiden die als ik niet uitkijk alle kanten op wegwaaien.

Eenmaal binnen zie ik door al het verse voedsel de keuken niet meer. Ik sta nog met mijn armen vol en heb geen idee waar ik de oogst van vanmorgen kan opbergen. Ondertussen plukt Marco een kever uit mijn nek. Alles jeukt.

You Might Also Like